Waarom je van wandelen niet sterk wordt

Wandelen is goed voor je gezondheid. Maar écht sterker word je er niet door. Of je moet het héél uitdagend maken. Met volle bepakking in hoog tempo een steile berg oplopen.

Hoe zit dat? Je spieren zijn opgebouwd uit vier soorten vezels.

Spiervezeltype 1 gebruik je als je wandelt. Type 1 vezels genereren heel weinig kracht en vermogen. Ze zijn vrijwel onvermoeibaar en herstellen supersnel na inspanning, na 90 seconden zijn ze weer fris.

Type 2a gebruik je als je op een hoog tempo wandelt. Dit type genereert al meer kracht en vermogen. Type 2a is sneller moe en heeft iets meer tijd nodig voor herstel.

Type 2ab heeft veel meer vermogen en kracht. Je gebruikt dit type bij hardlopen.Type 2ab verbruikt veel energie en is snel vermoeibaar. Herstel heeft zeker tijd nodig.

Type 2b is de echte krachtpatser. Het genereert maximale kracht en vermogen, en verbruikt dan ook maximale energie. Het is supersnel vermoeid. Herstel van dit type heeft dagen nodig. Sprinters gebruiken dit type vaak. Denk aan Usain Bolt en je ziet ‘type 2b spieren’.

Om de spiervezeltypes sterker te laten worden moeten ze hun grenzen voorbij. Dat is met type 1 voor de meeste mensen niet te doen. Tijdens wandelen word je zelden echt uitgedaagd. De types 2, en zeker 2ab en 2b kan je wel tot aan de grens van hun kunnen brengen. De kunst is om dit veilig en blessurevrij te doen.

Bij de fit20 training worden alle spiervezeltypes getraind. Ook de krachtpatser type 2b. Daarom word je van fit20 écht sterk.